De Vlaamse muziekgeschiedenis volledig beschrijven op één webpagina? Dat is onbegonnen werk. Maar ik doe graag een poging om je te begeesteren, om je nieuwsgierigheid te prikkelen en om je aan te moedigen om zelf verder te graven in het rijke muzikale verleden van Vlaanderen. Wil je echt alles weten? Dan raad ik je het schitterende naslagwerk De Vlaamse Showencyclopedie aan, geschreven door Marcel Dickmans en Marc Bungeneers.
Toch wil ik hier al enkele verrassende momenten uit het Vlaamse verleden met je delen. Wist je bijvoorbeeld dat het officiële volkslied van de Vlaamse Gemeenschap, ‘De Vlaamse Leeuw’, al in 1847 werd geschreven door Hippoliet Van Peene op muziek van Karel Miry? In diezelfde eeuw maakten ook romantische componisten als Edgar Tinel, Peter Benoit en August De Boeck indruk in binnen- en buitenland.
Niet veel later werd in Brussel een uitvinding getoond die de muziekwereld voorgoed zou veranderen: de fonograaf van Thomas Edison. Enkele decennia later schreef altsaxofonist Jean Moeremans geschiedenis door als eerste ooit saxofoonsolo’s op te nemen op grammofoonplaat, voor Victor Talking Machine Company. Jawel, dat is de voorloper van RCA Victor, bekend van het hondje ‘Nipper’ naast de grammofoon.
Tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw was de belangstelling voor Amerikaanse worksongs groot. Eerst de originele versies van zwarte slaven, daarna de blanke imitaties. De jazz volgde, met een duidelijke voorkeur voor de Chicago- en Dixieland-stijl. En hoewel jazz tijdens de Tweede Wereldoorlog verboden werd door de bezetter, groeide de populariteit ervan alleen maar: meer orkesten, meer optredens. La Esterella werd in die jaren gevraagd om in Duitsland op te treden. Een moeilijke periode, maar ook het begin van een bijzondere carrière. In 1948 was ze de eerste Vlaamse zangeres die op televisie te zien was in de Britse televisiestudio BBC.
Vanaf de jaren 50 werd het muzikaal landschap voor jou als verzamelaar of liefhebber nog interessanter. Namen als Bobbejaan Schoepen, (Nonkel) Bob Davidse, Willy Lustenhouwer, Freddy Sunder, Tony Corsari, Jo Leemans en Will Ferdy klinken bij de meesten onder ons hopelijk toch nog wel bekend in de oren. Toots Thielemans emigreerde als gitarist in 1952 naar de Verenigde Staten, waar hij begin jaren 60 een hit scoorde met zijn Bleusette en later zou uitgroeien tot een van de grootste Belgische muzikanten ooit.
In 1957 werd de 78-toerenplaat langzaam maar zeker volledig verdrongen door het 45-toerensingeltje. Een van de eersten die gebruik maakte van dit nieuwe formaat, was Arthur Blanckaert, beter bekend als Will Tura. Zijn eerste single, ‘Bye bye love’, werd op het Decca-label uitgebracht met nummer 9.22.793. Ik vermoed dat de kans bestaat dat Will, bij het verlaten van de opnamestudio, de deur heeft opengehouden voor de toen nog onbekende ‘The Strangers’. Zij brachten hun eerste nummer ‘Alleen’ op hetzelfde label uit met nummer 9.22.794. Dit is een mooi voorbeeld van hoe een fysiek plaatje meer informatie kan geven dan eender welk naslagwerk of website. Neem nu ‘Marina’ van Rocco Granata. De versie die in 1959 op Delahay verscheen, en later op het Belgische label Tonalty, klinkt anders dan de populaire opname die iedereen kent. Kleine verschillen. Maar het zijn net die details die het verzamelen spannend maken.
Over elke single, en dan vooral de eerste uitgave van onze Vlaamse artiesten, valt veel te vertellen. Vaak is het eerst uitgebrachte lied niet meteen het schot in de roos geworden, waardoor de tegenvallende verkoopcijfers ervoor zorgen dat het item moeilijk(er) te vinden is. Maar juist dat maakt het verzamelen zo boeiend.
– Vlaamse Debuut Singles –